Citaat | Hoge Raad 5 maart 2019

Onder 2.2. Hoge Raad 5 maart 2019

Een alinea uit Hoge Raad 5 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:246.

Gisteren werd ik om half een gebeld door [betrokkene 1] . Ze vertelde mij dat [verdachte] aan de deur was gekomen en dat hij meteen was begonnen te slaan. Ik hoorde dat hij haar meteen in haar gezicht had geslagen. Vanochtend zag ik dat [betrokkene 1] nog heel veel pijn had aan haar hoofd en aan haar schouder, nog steeds van al die keren dat hij haar geslagen heeft. Ik zag dat [betrokkene 1] op de botjes tussen haar oog en haar wang een verdikking in haar gezicht had aan de rechterkant van haar gezicht. Ik zag ook dat het een beetje rood was. Voordat ik gisterenavond rond 21.00 uur bij haar wegging heb ik niks gezien. Toen had ze dat nog niet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8bdcee63d2b0fc3b2b7d4bac9a957f83882951e3d9d8bb9c5ac142bb8ae3f275. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8bdcee63d2b0fc3b2b7d4bac9a957f83882951e3d9d8bb9c5ac142bb8ae3f275, en de alinea staat in dat document op bytes 11611 tot 12275.