Citaat | Hoge Raad 5 maart 2019
Onder 3.3. Hoge Raad 5 maart 2019
Een alinea uit Hoge Raad 5 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:246.
In aanmerking genomen dat de bewijsmiddelen niets inhouden omtrent de in voormelde toelichting bedoelde aard en hechtheid van de betrekking tussen de verdachte en de aangeefster, is het oordeel dat [betrokkene 1] als 'levensgezel' in de zin van art. 304 Sr kan worden aangemerkt, niet naar de eis der wet met redenen omkleed.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8bdcee63d2b0fc3b2b7d4bac9a957f83882951e3d9d8bb9c5ac142bb8ae3f275. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8bdcee63d2b0fc3b2b7d4bac9a957f83882951e3d9d8bb9c5ac142bb8ae3f275, en de alinea staat in dat document op bytes 18030 tot 18369.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8bdcee63d2b0fc3b2b7d4bac9a957f83882951e3d9d8bb9c5ac142bb8ae3f275 | shasum -a 256