Citaat | Hoge Raad 22 februari 2019

Onder 2.3. Hoge Raad 22 februari 2019

Een alinea uit Hoge Raad 22 februari 2019, ECLI:NL:HR:2019:263.

Het Hof heeft – terecht – vooropgesteld dat voor de fase van bezwaar en beroep als uitgangspunt een termijn van twee jaren moet worden gehanteerd als termijn waarbinnen belastinggeschillen behoren te worden beslecht. Volgens het Hof moet van dit uitgangspunt in dit geval echter worden afgeweken omdat zich een bijzondere omstandigheid voordoet. Naar het oordeel van het Hof is de periode van 7 april 2014 tot 8 oktober 2015 te beschouwen als een aan belanghebbende toe te rekenen bijzondere omstandigheid, waardoor de redelijke termijn in dit geval moet worden gesteld op 42 maanden (24 maanden plus 18 maanden). Die termijn is in de fase van bezwaar en beroep niet overschreden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb30a242d6cac6d742bfbdf1b123edbb6459f1c81ed78ec917d32989c5408d31. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb30a242d6cac6d742bfbdf1b123edbb6459f1c81ed78ec917d32989c5408d31, en de alinea staat in dat document op bytes 7864 tot 8562.