Citaat | Hoge Raad 22 februari 2019
Onder 3.2.2 Hoge Raad 22 februari 2019
Een alinea uit Hoge Raad 22 februari 2019, ECLI:NL:HR:2019:271.
Nadat in hoger beroep een mondelinge behandeling ten overstaan van de meervoudige kamer had plaatsgevonden waar de advocaten van beide partijen de zaak hebben bepleit, heeft het hof bij tussenbeschikking een comparitie (voortgezette behandeling) bepaald ten overstaan van een raadsheer-commissaris. Nadat deze comparitie was gehouden, heeft het hof in zijn eindbeschikking geoordeeld dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is gegeven, maar dat de werknemer geen belang heeft bij zijn verzoek tot een daarop gerichte verklaring voor recht. Het hof heeft de beschikking van de kantonrechter vernietigd, de werkgever veroordeeld tot betaling aan de werknemer van een bedrag van € 122.000,-- ter zake van billijke vergoeding en gemiste salaris- en bonusuitkeringen, en het door partijen meer of anders verzochte afgewezen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d458fd1ebcd71fc749cf86c36fcab7af3dad68e69e38bcd854b8e027b1d7c2b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d458fd1ebcd71fc749cf86c36fcab7af3dad68e69e38bcd854b8e027b1d7c2b8, en de alinea staat in dat document op bytes 10660 tot 11505.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d458fd1ebcd71fc749cf86c36fcab7af3dad68e69e38bcd854b8e027b1d7c2b8 | shasum -a 256