Citaat | Hoge Raad 22 februari 2019

Onder 2.8 Hoge Raad 22 februari 2019

Een alinea uit Hoge Raad 22 februari 2019, ECLI:NL:HR:2019:271.

Het onder b en c gestelde is ter zitting van 21 november 2017 niet naar voren gebracht. Ook nu is daarin echter geen reden gelegen een nadere behandeling te bepalen omdat het hof zich met betrekking tot de bewijslast (punt b) voldoende geïnformeerd acht. Eventuele in de brief van de advocaat van [de werknemer] van 6 november 2017 (punt c) vervatte feitelijkheden die voor de beoordeling van belang zijn, zullen voorts niet bij gebrek aan tegenspraak als vaststaand worden aangemerkt zodat [de werkgever] niet in zijn processuele belangen wordt geschaad.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d458fd1ebcd71fc749cf86c36fcab7af3dad68e69e38bcd854b8e027b1d7c2b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d458fd1ebcd71fc749cf86c36fcab7af3dad68e69e38bcd854b8e027b1d7c2b8, en de alinea staat in dat document op bytes 28967 tot 29539.