Citaat | Hoge Raad 22 februari 2019
Onder 3.4.2 Hoge Raad 22 februari 2019
Een alinea uit Hoge Raad 22 februari 2019, ECLI:NL:HR:2019:271.
Dat volgt in de eerste plaats uit de eerste alinea van rov. 5.27 van de tussenbeschikking (hiervoor in 3.3.2 geciteerd), waarin uitdrukkelijk wordt opgemerkt dat de daarna vermelde aspecten die op de comparitie ter sprake moeten komen, niet een uitputtende opsomming behelzen. Dat partijen op de comparitie gelegenheid zouden krijgen hun stellingen nader toe te lichten, volgt bovendien uit de slotalinea van rov. 5.27; daar wordt immers aan partijen gevraagd om ter comparitie, ieder vanuit het eigen standpunt, nader te belichten of de vaststaande feitelijkheden zwaarwegend genoeg zijn om het ontslag gerechtvaardigd te doen zijn, waarbij alle omstandigheden van het geval een rol kunnen spelen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d458fd1ebcd71fc749cf86c36fcab7af3dad68e69e38bcd854b8e027b1d7c2b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d458fd1ebcd71fc749cf86c36fcab7af3dad68e69e38bcd854b8e027b1d7c2b8, en de alinea staat in dat document op bytes 32044 tot 32756.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d458fd1ebcd71fc749cf86c36fcab7af3dad68e69e38bcd854b8e027b1d7c2b8 | shasum -a 256