Citaat | Hoge Raad 22 februari 2019
Onder 3.4.2 Hoge Raad 22 februari 2019
Een alinea uit Hoge Raad 22 februari 2019, ECLI:NL:HR:2019:271.
Voorts houdt de namens de raadsheer-commissaris aan de advocaten van beide partijen gestuurde brief van 12 oktober 2017 (hiervoor in 3.3.4 geciteerd) in, dat “partijen en hun raadslieden alle gelegenheid [krijgen] naar voren te brengen wat (nader) naar voren gebracht moet worden”.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d458fd1ebcd71fc749cf86c36fcab7af3dad68e69e38bcd854b8e027b1d7c2b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d458fd1ebcd71fc749cf86c36fcab7af3dad68e69e38bcd854b8e027b1d7c2b8, en de alinea staat in dat document op bytes 32768 tot 33067.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d458fd1ebcd71fc749cf86c36fcab7af3dad68e69e38bcd854b8e027b1d7c2b8 | shasum -a 256