Citaat | Hoge Raad 22 februari 2019

Onder 3.2.3 Hoge Raad 22 februari 2019

Een alinea uit Hoge Raad 22 februari 2019, ECLI:NL:HR:2019:272.

14. Hieruit volgt dat het aan de rechter is om te beoordelen hoe de Hoge Raad, indien wel tijdig cassatie zou zijn ingesteld, had behoren te beslissen, althans dat de rechter het toewijsbare bedrag aan schadevergoeding moet schatten aan de hand van de goede en kwade kansen die [verzoeker] in cassatie zou hebben gehad. De beantwoording van deze vraag vergt een juridische beoordeling aan de hand van de stellingen van partijen en de stukken waarop partijen zich beroepen. Deze beoordeling is voorbehouden aan de rechter. Het verzoek van [verzoeker] betreft nu juist deze juridische beoordeling door de deskundige en ziet niet op feiten die door middel van deskundigenonderzoek bewezen kunnen worden. Het verzoek van [verzoeker] is daarom niet ter zake dienend (…).”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f18f2865fa6f689a79e0c8e4a73ff35530677f3858639dc6e4eca8e8c4ced097. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f18f2865fa6f689a79e0c8e4a73ff35530677f3858639dc6e4eca8e8c4ced097, en de alinea staat in dat document op bytes 12164 tot 12960.