Citaat | Hoge Raad 22 februari 2019

Onder 3.2.2 Hoge Raad 22 februari 2019

Een alinea uit Hoge Raad 22 februari 2019, ECLI:NL:HR:2019:273.

“5.18 Het hof stelt voorop dat voor het, op de voet van artikel 1:94 lid 3 BW, maken van een uitzondering op de hoofdregel dat de gemeenschap alle tegenwoordige en toekomstige goederen van de echtgenoten omvat, slechts in uitzonderlijke gevallen plaats is. In een geval zoals de onderhavige waarin het gaat om een schadeloosstelling aan een werknemer in verband met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst is geen sprake van een zodanig uitzonderlijk geval (vgl. HR 22 maart 1996, NJ 1996/640). Echter, nu het dienstverband van de man bij T-Systems per 1 juli 2015 is geëindigd en hij pas op 30 juli 2015 bij zijn huidige werkgever in Maleisië in dienst is getreden (…), staat vast dat de beëindigingsvergoeding gedeeltelijk de strekking heeft (gehad) van een inkomenssuppletie ter vervanging van gederfd arbeidsinkomen en wel over de periode van 1 juli 2015 tot 30 juli 2015. Het hof ziet dan ook aanleiding een gedeelte van de beëindigingsvergoeding gelijk aan een netto maandsalaris ter hoogte van het laatstgenoten inkomen bij T-Systems als aan de man verknocht aan te merken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aaa791afd713be0f48b6bd9d71502497f0d68b954935f45e93ebc076d60a6dbf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aaa791afd713be0f48b6bd9d71502497f0d68b954935f45e93ebc076d60a6dbf, en de alinea staat in dat document op bytes 9806 tot 10910.