Citaat | Hoge Raad 22 februari 2019

Onder 3.3.1 Hoge Raad 22 februari 2019

Een alinea uit Hoge Raad 22 februari 2019, ECLI:NL:HR:2019:273.

Onderdeel I van het middel klaagt, samengevat weergegeven, dat het hof heeft miskend dat een ontslagvergoeding in de vorm van een aanspraak op een bedrag ineens verknocht kan zijn in de zin van art. 1:94 lid 3 (oud) BW, indien zij strekt tot vervanging van inkomen uit arbeid dat de echtgenoot bij voortzetting van het dienstverband zou hebben genoten. Voorts heeft het hof volgens het onderdeel miskend dat voor zover de aanspraak ziet op de periode na de ontbinding van de huwelijksgemeenschap, zij niet in de huwelijksgemeenschap valt. Nu de aanspraak op de beëindigingsvergoeding, naar de man in feitelijke instanties onweersproken heeft aangevoerd, strekte tot vervanging van inkomen uit arbeid in de periode na 1 juli 2015, is het oordeel van het hof dat de ontslagvergoeding tot een bedrag van € 77.882,73 in de gemeenschap is gevallen, onjuist althans onvoldoende begrijpelijk gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aaa791afd713be0f48b6bd9d71502497f0d68b954935f45e93ebc076d60a6dbf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aaa791afd713be0f48b6bd9d71502497f0d68b954935f45e93ebc076d60a6dbf, en de alinea staat in dat document op bytes 11827 tot 12741.