Citaat | Hoge Raad 22 februari 2019
Onder 3.2.1. Hoge Raad 22 februari 2019
Een alinea uit Hoge Raad 22 februari 2019, ECLI:NL:HR:2019:284.
Het Hof heeft geoordeeld dat belanghebbende voor de toepassing van artikel 7, lid 2, van het Uitvoeringsbesluit Invorderingswet 1990 (hierna: het UBIW) is geslaagd in haar verweer tegen de stelling van de Ontvanger dat de naheffingsaanslag is te wijten aan opzet of grove schuld van de BV. Hiervan uitgaande heeft het Hof geoordeeld dat op 5 november 2009 namens de BV een rechtsgeldige melding van betalingsonmacht is gedaan als bedoeld in artikel 7, lid 2, van het UBIW. Daarom moet volgens het Hof op grond van artikel 36, lid 3, van de Invorderingswet 1990 (hierna: de Wet) worden beoordeeld of sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur in de periode van 5 november 2006 tot 5 november 2009. Deze oordelen worden in cassatie niet bestreden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bad2def52a3f9a4c40e799910af3c08dc4a6fa4dbb34f4b538cb213d199eacfd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bad2def52a3f9a4c40e799910af3c08dc4a6fa4dbb34f4b538cb213d199eacfd, en de alinea staat in dat document op bytes 7922 tot 8682.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bad2def52a3f9a4c40e799910af3c08dc4a6fa4dbb34f4b538cb213d199eacfd | shasum -a 256