Citaat | Hoge Raad 22 februari 2019
Onder 3.2.2. Hoge Raad 22 februari 2019
Een alinea uit Hoge Raad 22 februari 2019, ECLI:NL:HR:2019:284.
Het Hof heeft vervolgens geoordeeld dat het aan kennelijk onbehoorlijk bestuur van belanghebbende is te wijten dat de hiervoor in 3.1 bedoelde belastingschuld onbetaald is gebleven. Het Hof heeft aan dit oordeel, samengevat, het volgende ten grondslag gelegd. Kennelijk onbehoorlijk bestuur kan bestaan uit het opzettelijk achterwege laten van de inhouding en afdracht van verschuldigde loonbelasting en premie volksverzekeringen. Belanghebbende heeft in januari 2007, nadat het haar duidelijk was geworden dat de loonadministratie van de BV en daarmee de ingediende aangiften onjuist waren, geen contact met de Belastingdienst opgenomen. Om deze reden is er “sprake van het ‘opzettelijk achterwege laten’ van de zijde van belanghebbende”, aldus het Hof. Het Hof heeft daarbij in aanmerking genomen dat er in januari 2007 voldoende financiële middelen in de BV aanwezig waren, dat belanghebbende niet ervoor heeft gekozen die middelen aan te wenden voor de betaling van de verschuldigde belasting, en dat belanghebbende op 5 november 2006 redelijkerwijs kon twijfelen aan de juistheid van de reeds ingediende aangiften.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bad2def52a3f9a4c40e799910af3c08dc4a6fa4dbb34f4b538cb213d199eacfd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bad2def52a3f9a4c40e799910af3c08dc4a6fa4dbb34f4b538cb213d199eacfd, en de alinea staat in dat document op bytes 8756 tot 9897.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bad2def52a3f9a4c40e799910af3c08dc4a6fa4dbb34f4b538cb213d199eacfd | shasum -a 256