Citaat | Hoge Raad 22 februari 2019

Onder 3.4.1. Hoge Raad 22 februari 2019

Een alinea uit Hoge Raad 22 februari 2019, ECLI:NL:HR:2019:284.

In dit geval zijn van de BV loonbelasting en premie volksverzekeringen nageheven die meer beliepen dan de belasting en de premie die waren aangegeven. Op grond daarvan is bij uitsluiting de meldingsregeling van artikel 7, lid 2, van het UBIW van toepassing (vgl. HR 23 december 2011, nr. 10/01211, ECLI:NL:HR:2011:BR7038, rechtsoverweging 3.3). Gelet op de hiervoor in 3.2.1 weergegeven - in cassatie niet bestreden - oordelen van het Hof, moet ervan worden uitgegaan dat ter zake van de naheffingsaanslag een rechtsgeldige melding van betalingsonmacht is gedaan als bedoeld in die regeling, omdat het niet aan opzet of grove schuld van de BV is te wijten dat de verschuldigde belasting en premie meer belopen dan die welke overeenkomstig de aangiften zijn afgedragen. Dit brengt mee dat op grond van artikel 36, lid 3, van de Wet de Ontvanger aannemelijk diende te maken dat het niet betalen van de naheffingsaanslag is te wijten aan kennelijk onbehoorlijk bestuur van belanghebbende in de periode van drie jaren, voorafgaand aan de melding van betalingsonmacht. Daarbij kan de omstandigheid dat de verschuldigde belasting en premie meer belopen dan die welke overeenkomstig de aangiften zijn afgedragen, niet als verwijt aan belanghebbende in aanmerking worden genomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bad2def52a3f9a4c40e799910af3c08dc4a6fa4dbb34f4b538cb213d199eacfd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bad2def52a3f9a4c40e799910af3c08dc4a6fa4dbb34f4b538cb213d199eacfd, en de alinea staat in dat document op bytes 10179 tot 11464.