Citaat | Hoge Raad 22 februari 2019

Onder 3.3. Hoge Raad 22 februari 2019

Een alinea uit Hoge Raad 22 februari 2019, ECLI:NL:HR:2019:285.

Gelet op hetgeen hiervoor in 3.1 is overwogen, kan de uitspraak van het Hof niet in stand blijven. De middelen 1 tot en met 4, 6 en 7 behoeven geen behandeling. De Hoge Raad kan de zaak afdoen. Uit de uitspraak van het Hof en de gedingstukken blijken geen feiten en omstandigheden die kunnen leiden tot de conclusie dat het aan kennelijk onbehoorlijk bestuur van belanghebbende in de periode van drie jaren, voorafgaand aan de melding van betalingsonmacht, is te wijten dat de naheffingsaanslag onbetaald is gebleven. Dit leidt tot de slotsom dat de Ontvanger niet is geslaagd in het van hem verlangde bewijs als bedoeld in artikel 36, lid 3, van de Invorderingswet 1990. De beschikking tot aansprakelijkstelling moet daarom worden vernietigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2bff00cddc1ef4be125b7545970da6d640c7f037255405ba2d479ab29f4aa3a7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2bff00cddc1ef4be125b7545970da6d640c7f037255405ba2d479ab29f4aa3a7, en de alinea staat in dat document op bytes 6779 tot 7535.