Citaat | Hoge Raad 11 januari 2019

Onder 2.1.2. Hoge Raad 11 januari 2019

Een alinea uit Hoge Raad 11 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:29.

In verband met deze vondst is tegen onder anderen belanghebbende een strafrechtelijk onderzoek ingesteld dat ertoe heeft geleid dat belanghebbende onherroepelijk, bij vonnis van 21 januari 2015, door de Rechtbank Rotterdam is veroordeeld voor het medeplegen van het opzettelijk overtreden van het in artikel 5, lid 1, letter b, van de Wet opgenomen verbod accijnsgoederen voorhanden te hebben die niet overeenkomstig de wettelijke bepalingen in de heffing zijn betrokken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea759f46dd1b636994abdfbb26fdb8d595cb066afe53c408b816122479bcd918. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea759f46dd1b636994abdfbb26fdb8d595cb066afe53c408b816122479bcd918, en de alinea staat in dat document op bytes 6796 tot 7281.