Citaat | Hoge Raad 11 januari 2019
Onder 2.4.3. Hoge Raad 11 januari 2019
Een alinea uit Hoge Raad 11 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:29.
Voor zover het bewijsaanbod ziet op het overleggen van bewijs in de vorm van schriftelijke stukken geldt het volgende. Indien een (voorwaardelijk) bewijsaanbod is gedaan, kan de rechter volstaan met de mededeling dat hij gelegenheid biedt tot uitvoering van dat aanbod (vgl. HR 17 december 2004, nr. 38831, ECLI:NL:HR:2004:AR7741). In het onderhavige geval heeft het Hof door middel van de uitnodiging voor de zitting van 3 februari 2017 belanghebbende gewezen op de mogelijkheid nadere stukken in te dienen (artikel 8:58 Awb). In het algemeen voldoet een uitnodiging met een zodanige mededeling aan de hiervoor bedoelde eis dat gelegenheid wordt geboden tot uitvoering van een bewijsaanbod. Een zodanige mededeling volstaat niet in gevallen waarin de desbetreffende partij in redelijkheid niet kan worden tegengeworpen dat hij van die mogelijkheid geen gebruik heeft gemaakt. Een zodanig geval doet zich bijvoorbeeld voor als ter zitting nieuw licht valt op de noodzaak tot het leveren van nader bewijs (vgl. HR 30 oktober 2015, nr. 13/01768, ECLI:NL:HR:2015:3174, HR 10 april 2015, nr. 14/02794, ECLI:NL:HR:2015:911, en HR 23 mei 2014, nr. 12/05526, ECLI:NL:HR:2014:1194).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea759f46dd1b636994abdfbb26fdb8d595cb066afe53c408b816122479bcd918. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea759f46dd1b636994abdfbb26fdb8d595cb066afe53c408b816122479bcd918, en de alinea staat in dat document op bytes 10593 tot 11781.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ea759f46dd1b636994abdfbb26fdb8d595cb066afe53c408b816122479bcd918 | shasum -a 256