Citaat | Hoge Raad 11 januari 2019
Onder 3 Hoge Raad 11 januari 2019
Een alinea uit Hoge Raad 11 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:3.
3.2.1 Nadat de rechtbank in haar tussenvonnis in de hoofdzaak van 5 februari 2014 de daartoe strekkende vordering van de notaris c.s. had toegewezen, hebben de notaris c.s. de kinderen en stiefdochters in vrijwaring opgeroepen en gevorderd hen te veroordelen aan de notaris c.s. te betalen al hetgeen waartoe de notaris c.s. in de hoofdzaak mochten worden veroordeeld, en voor recht te verklaren dat de kinderen en stiefdochters onrechtmatig jegens de notaris c.s. handelen dan wel hebben gehandeld of dat de kinderen en stiefdochters ongerechtvaardigd zijn verrijkt en daarom aansprakelijk zijn voor de schade die de notaris c.s. daardoor hebben geleden en nog zullen lijden, op te maken bij staat.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e9ee8b70711b7e21e00d483011e2211448d6e74926a06828ef0a20acf67d8746. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e9ee8b70711b7e21e00d483011e2211448d6e74926a06828ef0a20acf67d8746, en de alinea staat in dat document op bytes 10569 tot 11282.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e9ee8b70711b7e21e00d483011e2211448d6e74926a06828ef0a20acf67d8746 | shasum -a 256