Citaat | Hoge Raad 11 januari 2019
Onder 2.3.1. Hoge Raad 11 januari 2019
Een alinea uit Hoge Raad 11 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:30.
Anders dan middel 1 betoogt, verzetten de artikelen 6 en 13 EVRM zich niet tegen de heffing van griffierecht voor de behandeling van een beroep over een bestuurlijke boete. Strijdigheid met die bepalingen doet zich pas voor indien een zodanig bedrag aan griffierecht wordt geheven, dat dit - mede gelet op de voor de belastingplichtige in het geding zijnde belangen - een wezenlijke belemmering van de toegang tot de rechter vormt (vgl. HR 10 januari 2001, nr. 35782, ECLI:NL:HR:2001:AA9393, en ook EHRM 20 december 2007, nr. 21638/03, Paykar Yev Haghtanak Ltd tegen Armenië, ECLI:CE:ECHR:2007:1220JUD002163803, paragraaf 48). Uit de uitspraak van de Rechtbank of de stukken van het geding blijkt niet dat belanghebbende voor de Rechtbank heeft aangevoerd dat voor haar het verschuldigde bedrag aan griffierecht - mede gelet op de voor haar in het geding zijnde belangen - een wezenlijke belemmering van de toegang tot de rechter heeft gevormd. Het middel faalt daarom.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bcbd7ea9a3c82f9c50ec843ca73e561cbd9f148be461f85158e3a607f9577d83. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bcbd7ea9a3c82f9c50ec843ca73e561cbd9f148be461f85158e3a607f9577d83, en de alinea staat in dat document op bytes 6277 tot 7260.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bcbd7ea9a3c82f9c50ec843ca73e561cbd9f148be461f85158e3a607f9577d83 | shasum -a 256