Citaat | Hoge Raad 8 maart 2019

Onder 2.3.3. Hoge Raad 8 maart 2019

Een alinea uit Hoge Raad 8 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:322.

Het in de bestreden uitspraak gegeven oordeel dat partijen geen gebruik hebben gemaakt van de hen door het Hof op de voet van artikel 8:57, lid 1, Awb geboden gelegenheid te verklaren dat zij op een zitting wensen te worden gehoord is, gelet op de hiervoor bij 2.3.2 genoemde stukken, niet begrijpelijk. De klacht is dus terecht aangevoerd. Tot cassatie kan dat echter niet leiden op grond van het navolgende.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d6cec9bc670d2583099c2e8be1c78d9dedc343bed847137507c363e25d033dff. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d6cec9bc670d2583099c2e8be1c78d9dedc343bed847137507c363e25d033dff, en de alinea staat in dat document op bytes 9767 tot 10190.