Citaat | Hoge Raad 15 maart 2019
Onder 3.10 Hoge Raad 15 maart 2019
Een alinea uit Hoge Raad 15 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:350.
Hetgeen de Hoge Raad in voormeld arrest heeft overwogen, is ook in onderhavige zaak van toepassing. Artikel 13 Lv Invordering Directe Belastingen, waarin is bepaald dat alleen invorderingsmaatregelen en erkenning door de belastingschuldige stuitende werking hebben, kan, gelet op de aard van die regeling, bezwaarlijk anders meebrengen dan dat een gevraagd en verleend uitstel van betaling ook stuitende werking heeft. Indien dat niet het geval zou zijn, dan zou dat immers met zich brengen dat de Ontvanger, om een lopende verjaring te stuiten, in alle gevallen direct tot invordering zou moeten overgaan en nooit zonder meer uitstel van betaling kunnen verlenen. Naar het oordeel van het Hof kan dat niet de bedoeling zijn geweest van de betrokken regeling.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5b77da9755415d66d6deb8d50b678ee9d4b9b83479f9fdc410b9530a83b8e619. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5b77da9755415d66d6deb8d50b678ee9d4b9b83479f9fdc410b9530a83b8e619, en de alinea staat in dat document op bytes 12511 tot 13283.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5b77da9755415d66d6deb8d50b678ee9d4b9b83479f9fdc410b9530a83b8e619 | shasum -a 256