Citaat | Hoge Raad 15 maart 2019

Onder 5.4.3 Hoge Raad 15 maart 2019

Een alinea uit Hoge Raad 15 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:350.

Ingevolge art. 4 LvD kan de tenuitvoerlegging van een dwangschrift niet worden geschorst dan door een met redenen omkleed verzet (lid 1). Het verzet wordt betekend aan de Ontvanger der belastingen; op straffe van nietigheid moet binnen een maand na deze betekening het geding tegen de Ontvanger aanhangig worden gemaakt (lid 2). Dit rechtsmiddel biedt de belastingplichtige dus de mogelijkheid schorsing van de tenuitvoerlegging van een dwangschrift te verkrijgen. Deze mogelijkheid laat onverlet dat de belastingplichtige het invorderingsrecht waarop het dwangschrift ziet ook in een gewone civiele procedure aan de orde kan stellen. Zodanige procedure schorst de tenuitvoerlegging echter niet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5b77da9755415d66d6deb8d50b678ee9d4b9b83479f9fdc410b9530a83b8e619. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5b77da9755415d66d6deb8d50b678ee9d4b9b83479f9fdc410b9530a83b8e619, en de alinea staat in dat document op bytes 22379 tot 23087.