Citaat | Hoge Raad 15 maart 2019

Onder 3.4.2 Hoge Raad 15 maart 2019

Een alinea uit Hoge Raad 15 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:354.

Het hof heeft in rov. 10 de stelling van BKR onderzocht die inhield dat zij de winzuiger direct zou hebben verwijderd als de Provincie op 15 oktober 2009 de Vergunning zou hebben aangepast naar een taludhelling van 1:6, in plaats van Aanwijzing 2 te geven. Het hof heeft die stelling verworpen. Daarbij heeft het hof in aanmerking genomen dat BKR in de werkelijke situatie de winzuiger heeft laten liggen hoewel zij geen redelijke grond had voor de verwachting dat zij uiteindelijk een steilere taludhelling dan 1:6 zou kunnen aanhouden, en dat niet valt in te zien wat in dat opzicht het verschil zou zijn geweest tussen Aanwijzing 2 en een wijziging van de Vergunning. Dit oordeel moet aldus worden verstaan, dat het hof niet in zijn oordeel heeft betrokken ‘wat BKR volgens het hof had moeten doen’ naar aanleiding van Aanwijzing 2, maar heeft beoordeeld hoe BKR in de hypothetische situatie feitelijk zou hebben gehandeld, gegeven de wijze waarop zij zich in werkelijkheid na Aanwijzing 2 had gedragen. Onderdeel 2 faalt derhalve.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f66ec6e90c566cecf4a85d68cb8d36f6b21197ae793767d8b7f73689bd82238. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f66ec6e90c566cecf4a85d68cb8d36f6b21197ae793767d8b7f73689bd82238, en de alinea staat in dat document op bytes 26087 tot 27138.