Citaat | Hoge Raad 11 januari 2019
Onder 3.3.4 Hoge Raad 11 januari 2019
Een alinea uit Hoge Raad 11 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:36.
[verzoekster] heeft verder aangevoerd dat zij niet kan worden aangemerkt als een persoon die bij een Nederlandse rechter een vordering heeft ingesteld, zich heeft gevoegd of is tussengekomen in een geding in Nederland als bedoeld in art. 224 lid 1 Rv. Deze stelling kan haar niet baten. Mede gelet op de strekking van art. 224 lid 1 Rv (hiervoor weergegeven in 3.3.2) moet worden aangenomen dat de bepaling van overeenkomstige toepassing is indien een derde op de voet van art. 10 Fw in verzet komt tegen de faillietverklaring van een andere (rechts)persoon.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/39f4f581646c9987c38081afb0ebfb5f034a4293450ec9a85e634c41bfa2c955. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 39f4f581646c9987c38081afb0ebfb5f034a4293450ec9a85e634c41bfa2c955, en de alinea staat in dat document op bytes 12251 tot 12835.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/39f4f581646c9987c38081afb0ebfb5f034a4293450ec9a85e634c41bfa2c955 | shasum -a 256