Citaat | Hoge Raad 15 maart 2019

Onder 4.1 Hoge Raad 15 maart 2019

Een alinea uit Hoge Raad 15 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:376.

In cassatie dient tot uitgangspunt dat de Staat onrechtmatig heeft gehandeld door [eiser] bijna een jaar lang in de EBI geplaatst te houden in plaats van onder een regime waarin de beperkingen minder ingrijpend zijn. Voorts dient tot uitgangspunt dat [eiser] geen geestelijk letsel heeft opgelopen. Vast staat dat de beroepscommissie van de RSJ aan [eiser] een financiële vergoeding heeft toegekend (zie hiervoor in 3.1.2 onder (ii)). In de kern betoogt [eiser] dat hij recht heeft op vergoeding van immateriële schade, althans op een hogere vergoeding dan hem reeds door de beroepscommissie van de RSJ is toegekend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcd373b8c78a70cf0ff063e73496344a24a6e3549bd380e926081b0cfa16b5d7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcd373b8c78a70cf0ff063e73496344a24a6e3549bd380e926081b0cfa16b5d7, en de alinea staat in dat document op bytes 15525 tot 16156.