Citaat | Hoge Raad 15 maart 2019

Onder 4.2.1 Hoge Raad 15 maart 2019

Een alinea uit Hoge Raad 15 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:376.

In beginsel zal degene die zich hierop beroept de aantasting in zijn persoon met concrete gegevens moeten onderbouwen. In voorkomend geval kunnen de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. In HR 9 juli 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO7721 (Oudejaarsrellen) was die aantasting gelegen in de gevoelens van angst, onveiligheid en onzekerheid met betrekking tot het lijf en goed van de benadeelden die een aantal uren in hun woning in een zeer bedreigende situatie verkeerden, terwijl een reactie op hun verzoek om hulp en bijstand van de politie uitbleef. En in HR 18 maart 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR5213 (Wrongful life) bestond die aantasting in de ernstige inbreuk op het zelfbeschikkingsrecht van de moeder waardoor zij niet ervoor heeft kunnen kiezen de geboorte van een zwaar gehandicapt kind te voorkomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcd373b8c78a70cf0ff063e73496344a24a6e3549bd380e926081b0cfa16b5d7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcd373b8c78a70cf0ff063e73496344a24a6e3549bd380e926081b0cfa16b5d7, en de alinea staat in dat document op bytes 17732 tot 18722.