Citaat | Hoge Raad 15 maart 2019
Onder 4.2.3 Hoge Raad 15 maart 2019
Een alinea uit Hoge Raad 15 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:376.
Op grond van de Penitentiaire beginselenwet kan een gedetineerde opkomen tegen een hem betreffende beslissing. Indien de bestreden beslissing wordt vernietigd en de rechtsgevolgen van die beslissing niet meer ongedaan gemaakt kunnen worden, kan de RSJ de gedetineerde een tegemoetkoming toekennen (art. 68 lid 7 Pbw en art. 73 lid 4 Pbw). Deze tegemoetkoming kan bestaan in niet-geldelijke compensatie, bijvoorbeeld door klager alsnog de faciliteiten toe te kennen die hem ten onrechte zijn onthouden. Indien deze vorm van tegemoetkoming niet goed mogelijk is, kan de tegemoetkoming bestaan in een financiële compensatie (zie Kamerstukken II 1994/95, 24263, nr. 3, p. 79-80). Een financiële compensatie kan zien op gederfd loon en immateriële schade (vgl. Kamerstukken II 1995/96, 24263, nr. 6, p. 37).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcd373b8c78a70cf0ff063e73496344a24a6e3549bd380e926081b0cfa16b5d7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcd373b8c78a70cf0ff063e73496344a24a6e3549bd380e926081b0cfa16b5d7, en de alinea staat in dat document op bytes 19129 tot 19960.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fcd373b8c78a70cf0ff063e73496344a24a6e3549bd380e926081b0cfa16b5d7 | shasum -a 256