Citaat | Hoge Raad 15 maart 2019
Onder 3.2.2 Hoge Raad 15 maart 2019
Een alinea uit Hoge Raad 15 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:377.
De omstandigheid dat het gerechtshof te Leeuwarden in 2009, bij de afwijzing van een verzoek van [de derde schuldeiser] tot faillietverklaring van [verzoekster] , heeft geoordeeld dat niet summierlijk is gebleken van het bestaan van een vordering van [de derde schuldeiser] op [verzoekster] , betekent niet dat het hof ditmaal niet tot een ander oordeel kan komen. (rov. 3.15)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fae653ccb6a6666fa31f8d8f5c8377d64dbb0fa3375e515fe0d1189754878a14. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fae653ccb6a6666fa31f8d8f5c8377d64dbb0fa3375e515fe0d1189754878a14, en de alinea staat in dat document op bytes 11305 tot 11695.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fae653ccb6a6666fa31f8d8f5c8377d64dbb0fa3375e515fe0d1189754878a14 | shasum -a 256