Citaat | Hoge Raad 15 maart 2019
Onder 3.3 Hoge Raad 15 maart 2019
Een alinea uit Hoge Raad 15 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:377.
De onderdelen I en II van het middel komen met een rechts- en motiveringsklacht op tegen het oordeel van het hof in rov. 3.12, dat art. 54 lid 2 Fw in verbinding met art. 313 Fw aan verrekening in de weg staat. Onderdeel I houdt in dat het hof heeft miskend dat art. 54 lid 2 Fw uitsluitend ziet op verrekening tijdens de looptijd van de wettelijke schuldsaneringsregeling. Na beëindiging van de schuldsaneringsregeling staat art. 54 lid 2 Fw niet meer in de weg aan verrekening op de voet van art. 6:127 e.v. BW. Art. 6:131 BW dient naar analogie te worden toegepast op de in art. 358 Fw bedoelde natuurlijke verbintenissen die resteren na toekenning van de schone lei. Onderdeel II houdt in dat de verwerping van het verrekeningsverweer onbegrijpelijk is, omdat het hof niet heeft vastgesteld op welke datum de verrekening heeft plaatsgevonden. In het bijzonder heeft het hof niet vastgesteld dat de verrekening heeft plaatsgevonden op een tijdstip waarop de wettelijke schuldsanering op [de derde schuldeiser] van toepassing was.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fae653ccb6a6666fa31f8d8f5c8377d64dbb0fa3375e515fe0d1189754878a14. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fae653ccb6a6666fa31f8d8f5c8377d64dbb0fa3375e515fe0d1189754878a14, en de alinea staat in dat document op bytes 12181 tot 13227.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fae653ccb6a6666fa31f8d8f5c8377d64dbb0fa3375e515fe0d1189754878a14 | shasum -a 256