Citaat | Hoge Raad 15 maart 2019

Onder 3.4.3 Hoge Raad 15 maart 2019

Een alinea uit Hoge Raad 15 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:377.

Het hoofddoel van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen is dat wordt tegengegaan dat een natuurlijke persoon die in een problematische financiële situatie is terechtgekomen, tot in lengte van jaren met zijn schulden achtervolgd kan worden (zie Kamerstukken II 1992/93, 22969, nr. 3, p. 6). Om die reden is in art. 358 lid 1 Fw bepaald dat door de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling op grond van art. 356 lid 2 Fw (dat wil zeggen met toekenning van de ‘schone lei’), een vordering ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, voor zover deze onvoldaan is gebleven, niet langer afdwingbaar is. Dit brengt mee dat slechts een natuurlijke verbintenis in de zin van art. 6:3 BW overblijft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fae653ccb6a6666fa31f8d8f5c8377d64dbb0fa3375e515fe0d1189754878a14. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fae653ccb6a6666fa31f8d8f5c8377d64dbb0fa3375e515fe0d1189754878a14, en de alinea staat in dat document op bytes 14244 tot 14992.