Citaat | Hoge Raad 15 maart 2019

Onder 3.5 Hoge Raad 15 maart 2019

Een alinea uit Hoge Raad 15 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:377.

Het hof heeft in rov. 3.12 overwogen dat [verzoekster] betoogt dat zij de vordering op [de derde schuldeiser] heeft overgenomen in 2012, derhalve nadat [de derde schuldeiser] in 2009 was toegelaten tot de schuldsaneringsregeling. Voorts heeft het hof geoordeeld dat art. 54 lid 2 Fw in verbinding met art. 313 Fw tijdens de schuldsaneringsregeling aan verrekening in de weg staat. Laatstgenoemd oordeel is juist (zie hiervoor in 3.4.2). Nu uit de door [verzoekster] in het geding gebrachte brief van de bewindvoerder in de schuldsanering van [de derde schuldeiser] blijkt dat de schuldsaneringsregeling begin april 2013 nog niet was geëindigd, is het oordeel van het hof dat erop neerkomt dat de cessie waarop [verzoekster] zich beroept, plaatsvond op een moment dat [de derde schuldeiser] nog in de schuldsanering zat, in het licht van de gedingstukken niet onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fae653ccb6a6666fa31f8d8f5c8377d64dbb0fa3375e515fe0d1189754878a14. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fae653ccb6a6666fa31f8d8f5c8377d64dbb0fa3375e515fe0d1189754878a14, en de alinea staat in dat document op bytes 16352 tot 17241.