Citaat | Hoge Raad 15 januari 2019
Onder 2.2.3. Hoge Raad 15 januari 2019
Een alinea uit Hoge Raad 15 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:39.
[betrokkene 12] en [betrokkene 11] , allebei lerares op de school tegenover het huis van de familie [betrokkene 1] , zagen dat [betrokkene 7] , [betrokkene 9] en [betrokkene 10] dagelijks naar school werden gebracht door [betrokkene 1] . Als [betrokkene 10] ziek was, belde [betrokkene 12] naar [medeverdachte] . [medeverdachte] zei dan dat [betrokkene 1] haar zou ophalen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5cc8d4a6ef4b59ecffb0b19a71392747fa283372a080387beaf1401f199e3143. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5cc8d4a6ef4b59ecffb0b19a71392747fa283372a080387beaf1401f199e3143, en de alinea staat in dat document op bytes 59290 tot 59690.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5cc8d4a6ef4b59ecffb0b19a71392747fa283372a080387beaf1401f199e3143 | shasum -a 256