Citaat | Hoge Raad 15 januari 2019

Onder 2.4. Hoge Raad 15 januari 2019

Een alinea uit Hoge Raad 15 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:39.

Vooropgesteld wordt dat het in art. 273f, eerste lid, Sr voorkomende bestanddeel '(oogmerk van) uitbuiting' in de wet niet is gedefinieerd, anders dan door de opsomming in het tweede lid van een aantal vormen van uitbuiting, waaronder gedwongen of verplichte arbeid of diensten. De vraag of - en zo ja, wanneer - sprake is van uitbuiting in de zin van de onderhavige bepaling, is niet in algemene termen te beantwoorden, maar is sterk verweven met de omstandigheden van het geval. Bij de beantwoording van die vraag komt onder meer betekenis toe aan de aard en duur van de tewerkstelling, de beperkingen die zij voor de betrokkene meebrengt, en het economisch voordeel dat daarmee door de tewerksteller wordt behaald. Bij de weging van deze en andere relevante factoren dienen de in de Nederlandse samenleving geldende maatstaven als referentiekader te worden gehanteerd (vgl. HR 27 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI7099, rov. 2.6.1).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5cc8d4a6ef4b59ecffb0b19a71392747fa283372a080387beaf1401f199e3143. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5cc8d4a6ef4b59ecffb0b19a71392747fa283372a080387beaf1401f199e3143, en de alinea staat in dat document op bytes 71222 tot 72168.