Citaat | Hoge Raad 15 januari 2019

Onder 2.2.2. Hoge Raad 15 januari 2019

Een alinea uit Hoge Raad 15 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:39.

Op zaterdag 3 september 2011 te 09:30 uur bevonden wij ons, verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , in het bureau van de vreemdelingenpolitie 's-Gravenhage aan het Stadhoudersplantsoen 24 te 's-Gravenhage. Op dat moment belde een medewerker van de serviceorganisatie, werkzaam aan bureau de Heemstraat te 's-Gravenhage, met de informatie dat daar een meisje zich gemeld had bij de balie. Dit meisje verklaarde dat ze van Turkse afkomst is en illegaal in Nederland verblijft. Tevens wenste het meisje hulp. Hierop begaven wij ons verbalisanten richting bureau de Heemstraat. In de ontvangsthal zagen wij bovengenoemd meisje zitten. Hierop hebben wij het meisje aangesproken in de Nederlandse taal welke zij gebrekkig beheerste. Vervolgens hebben wij via de tolkentelefoon gesproken met haar. Hieruit bleek het volgende: Het meisje is genaamd: [betrokkene 1] geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats] in Turkije. Zij verklaarde reeds een jaar of 10 in Nederland te verblijven en te wonen bij haar oom en tante op de [a-straat 1] te 's-Gravenhage.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5cc8d4a6ef4b59ecffb0b19a71392747fa283372a080387beaf1401f199e3143. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5cc8d4a6ef4b59ecffb0b19a71392747fa283372a080387beaf1401f199e3143, en de alinea staat in dat document op bytes 12663 tot 13741.