Citaat | Hoge Raad 15 januari 2019

Onder 2.2.2. Hoge Raad 15 januari 2019

Een alinea uit Hoge Raad 15 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:39.

Toen ik zeven was heeft mijn moeder ons gezin in de steek gelaten. Wij woonden in [geboorteplaats] in Turkije. Ons gezin bestond uit vier kinderen, mijn vader en mijn moeder. Mijn vader en mijn opa zijn achter mijn moeder aangegaan en hebben geprobeerd haar te doden. Volgens hen had mijn moeder de eer van de familie besmet. Mijn vader en opa hebben hiervoor in de gevangenis gezeten. Mijn opa zag mij ook als schuldige van het overspel van mijn moeder. Volgens hem had ik die andere man ook gezien, maar heb ik niks verteld aan mijn vader of aan hem. Toen mijn vader eenmaal uit de gevangenis was werd de situatie niet beter. Mijn vader dronk veel en schold mij uit voor 'slet', omdat ik volgens hem wist dat mijn moeder een andere man had. Mijn vader sloeg mij ook. Toen ik negen jaar oud was zei mijn oma tegen mij dat de broer van mijn vader (mijn oom dus) mij naar Nederland wilde halen. De naam van deze oom is [verdachte] . Mijn oma zei dat ik in Nederland dan naar school kon gaan. Twee weken later kwam mijn tante genaamd [betrokkene 3] , vanuit Nederland, mij in Turkije ophalen. Ik was in het bezit van een Turkse Nufus. Eenmaal in Nederland zijn wij gelijk naar de woning van mijn oom [verdachte] en mijn tante [medeverdachte] gereden. [medeverdachte] is haar Turkse naam. In Nederland gebruikt ze de voornaam [medeverdachte] . Toen ik aankwam deden mijn oom [verdachte] en zijn vrouw [medeverdachte] de deur open. Ik ben de woning van oom [verdachte] en tante [medeverdachte] binnen gegaan. In de woning was hun zoon genaamd [betrokkene 5] ook aanwezig. Mijn tante [medeverdachte] zei dat ik in het bed van [betrokkene 5] kon slapen en dat ze de volgende dag een matras voor mij zouden kopen zodat ik op een matras in zijn kamer kon slapen. Toen ik wakker werd in het bed hoorde ik dat mijn tante [medeverdachte] in gesprek was met een vrouw, die haar zus [betrokkene 6] was. Ik hoorde tante [medeverdachte] tegen [betrokkene 6] zeggen dat zij nu zat opgescheept met de dochter van "die slet". Ik wist dat zij mij hiermee bedoelde. Na een week verblijf bij mijn oom [verdachte] en tante [medeverdachte] moest ik van mijn tante [medeverdachte] koffie gaan zetten voor haar zussen die op bezoek waren. Dit werd tegen mij gezegd op een boze harde toon. Mijn tante [medeverdachte] begon mij daarna vanuit de hoek van de bank steeds vaker opdrachten te geven. Deze opdrachten gaf zij op een harde en boze toon. Ik moest eten koken, voor de kinderen zorgen, koffie zetten en schoonmaken. Op 9 september 2000 heeft mijn tante [medeverdachte] een dochter gekregen. Deze dochter is genaamd [betrokkene 7] . Daarna zijn wij verhuisd naar de [a-straat 1] te Den Haag. Na de geboorte van [betrokkene 7] moest ik altijd voor [betrokkene 7] zorgen. Als [medeverdachte] de deur uitging liet ze mij met [betrokkene 7] alleen achter. Tante [medeverdachte] belde mij dan op en schreeuwde tegen mij dat ik [betrokkene 7] niet mocht laten huilen. Als [betrokkene 7] 's nachts wakker werd dan maakte ik haar voeding klaar. Ik moest dan 100 cc water met poeder mengen en dat in de fles doen. [betrokkene 7] werd 's nachts soms wel eens elk uur wakker. Ik ging vaak ook 12 uur/1 uur 's nachts naar bed. Ik gaf dan [betrokkene 7] de laatste voeding en meestal nog een schone luier. Vaak kwam [betrokkene 7] nog een paar keer in de nacht. Om half 8 's morgens stond ik op om brood voor [betrokkene 5] klaar te maken en zijn kleren klaar leggen. [betrokkene 5] ging zelf naar school. Zijn school zit tegenover de [a-straat ] . Als [betrokkene 5] tussen de middag rond 12 uur thuis kwam gaf ik hem eten en soep. De voordeur was niet op slot maar mijn oom zei dat ik geen stap buiten de deur mocht zetten. Hij zei dat de hele omgeving Turks was en dat de buren dit zouden zien en dit aan hem zouden doorgegeven. Mijn oom zei ook: "Als je buiten gaat dan word je opgepakt door de politie en dan word je teruggestuurd naar Turkije". Na de geboorte van [betrokkene 7] in 2000 begon mijn oom [verdachte] mij te slaan. De eerste keer was omdat ik volgens mijn tante [medeverdachte] iets niet goed had schoongemaakt. Zij zei dit tegen mijn oom [verdachte] . Vervolgens sloeg mijn oom [verdachte] mij met zijn vlakke hand in mijn gezicht en daarna op mijn hoofd. Ik ben vanaf de geboorte van [betrokkene 7] tot aan het moment dat ik bij de politie kwam, stelselmatig (ongeveer drie keer in de week) geslagen en uitgescholden door mijn oom [verdachte] . Mijn tante [medeverdachte] sloeg mij ook één à twee keer in de week, maar niet zo hard als mijn oom dat deed. Toen ik ongeveer tien jaar oud was zag ik dat [betrokkene 5] dagelijks naar school ging. Ik vroeg aan mijn oom [verdachte] en mijn tante [medeverdachte] waarom ik niet ook, net als [betrokkene 5] , naar school mocht. Zij zeiden tegen mij dat ik het huis moest schoonmaken, voor de kinderen moest zorgen en dat ik niet naar school mocht. Mijn oom [verdachte] zei toen tegen mij dat als ik naar school zou gaan ik net zo'n slet zou worden als mijn moeder.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5cc8d4a6ef4b59ecffb0b19a71392747fa283372a080387beaf1401f199e3143. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5cc8d4a6ef4b59ecffb0b19a71392747fa283372a080387beaf1401f199e3143, en de alinea staat in dat document op bytes 14878 tot 19890.