Citaat | Hoge Raad 15 januari 2019

Onder 2.2.2. Hoge Raad 15 januari 2019

Een alinea uit Hoge Raad 15 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:39.

Na ongeveer twee jaar na mijn aankomst in Nederland, heb ik in het telefoonboekje van mijn oom [verdachte] en tante [medeverdachte] het telefoonnummer van mijn vader gevonden. Ik heb toen met de huistelefoon naar mijn vader in Turkije gebeld. Ik kreeg vervolgens mijn vader aan de lijn. Ik heb toen tegen mijn vader gezegd dat ik terug wilde naar Turkije. Ik vertelde aan mijn vader dat ik door mijn oom [verdachte] en mijn tante [medeverdachte] alleen werd gebruikt als huissloof en kinderoppas en dat ik niet naar school mocht. Mijn vader zei in eerste instantie: "Als je naar Turkije komt dan maak ik je dood, net als je moeder". Hierna kreeg ik mijn broer [betrokkene 8] aan de telefoon en die zei hetzelfde tegen mij.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5cc8d4a6ef4b59ecffb0b19a71392747fa283372a080387beaf1401f199e3143. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5cc8d4a6ef4b59ecffb0b19a71392747fa283372a080387beaf1401f199e3143, en de alinea staat in dat document op bytes 19963 tot 20699.