Citaat | Hoge Raad 11 januari 2019

Onder 4.2.2 Hoge Raad 11 januari 2019

Een alinea uit Hoge Raad 11 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:4.

Het hof heeft in rov. 1 van zijn arrest vooropgesteld dat, voor zover tegen de door de rechtbank vastgestelde feiten geen grief is gericht, het van die feiten uitgaat. Daarbij heeft het hof klaarblijkelijk het oog op de feiten die de rechtbank in rov. 3.1-3.12 van haar tussenvonnis van 5 november 2014 heeft vastgesteld. Het hof heeft vervolgens in rov. 8-15 enkele van die feiten, alsmede de relevante gedeelten van de achtereenvolgende testamenten weergegeven. In de rov. 29 en 30 heeft het hof een samenvatting gegeven van hetgeen de notaris c.s. ter inleiding op de grieven, en de echtgenote ter inleiding op haar bespreking daarvan in de memorie van antwoord naar voren hebben gebracht, waarbij ook feiten zijn vermeld. In rov. 32 heeft het hof overwogen dat de eerste grief – die betrekking heeft op de feitenvaststelling door de rechtbank – geen verdere bespreking behoeft, “aangezien fouten die in eerste aanleg zijn gemaakt in appel kunnen worden hersteld” en dat “dit (…) dus ook [geldt] voor feiten die mogelijk door de rechtbank verkeerd zijn weergegeven”.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/175f680d80807304b6823140f84d43c274e1161b89454c595eaed863b8ee046d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 175f680d80807304b6823140f84d43c274e1161b89454c595eaed863b8ee046d, en de alinea staat in dat document op bytes 30426 tot 31522.