Citaat | Hoge Raad 11 januari 2019
Onder 4.3.4 Hoge Raad 11 januari 2019
Een alinea uit Hoge Raad 11 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:4.
In het licht van de hiervoor in 4.3.2 weergegeven regels en de door de rechtbank en het hof in aanmerking genomen omstandigheden geeft het oordeel dat als vaststaand moet worden aangenomen dat erflater de wettelijke verdeling niet wilde prijsgeven indien de notaris c.s. niet kunnen bewijzen dat de notaris erflater uitdrukkelijk heeft gewezen op het rechtsgevolg van het schrappen van de echtgenote als erfgenaam, geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is het voldoende gemotiveerd. Evenmin is het hof aldus buiten de grenzen van de rechtsstrijd getreden. De onderdelen 1.1, 1.3 en 1.8 stuiten hierop af.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/175f680d80807304b6823140f84d43c274e1161b89454c595eaed863b8ee046d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 175f680d80807304b6823140f84d43c274e1161b89454c595eaed863b8ee046d, en de alinea staat in dat document op bytes 38076 tot 38703.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/175f680d80807304b6823140f84d43c274e1161b89454c595eaed863b8ee046d | shasum -a 256