Citaat | Hoge Raad 11 januari 2019
Onder 4.4.1 Hoge Raad 11 januari 2019
Een alinea uit Hoge Raad 11 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:4.
De onderdelen II-IV in het principale beroep zijn gericht tegen het oordeel van het hof in de rov. 59-62 dat de handelwijze van de echtgenote rond de afwikkeling van de nalatenschap zo ernstig verwijtbaar is dat zij haar mogelijke schade als gevolg van de beroepsfout niet op de notaris c.s. kan verhalen. Zij bestrijden het oordeel van het hof vanuit een aantal alternatieve lezingen van dat oordeel, die aansluiten bij de door de notaris c.s. aangevoerde verweren, te weten:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/175f680d80807304b6823140f84d43c274e1161b89454c595eaed863b8ee046d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 175f680d80807304b6823140f84d43c274e1161b89454c595eaed863b8ee046d, en de alinea staat in dat document op bytes 40258 tot 40748.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/175f680d80807304b6823140f84d43c274e1161b89454c595eaed863b8ee046d | shasum -a 256