Citaat | Hoge Raad 11 januari 2019

Onder 3.1. Hoge Raad 11 januari 2019

Een alinea uit Hoge Raad 11 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:4.

( x) De echtgenote heeft tegen de notaris een klacht ingediend bij de kamer voor het notariaat in het ressort Den Haag. Bij beslissing van 11 december 2013 is de klacht gegrond verklaard en aan de notaris de maatregel van berisping opgelegd. Kort samengevat was de kamer voor het notariaat het volgende van oordeel. Vast staat dat de bepaling in het testament uit 2008 inzake de wettelijke verdeling niet is herroepen. Voor de toepassing van de wettelijke verdeling moet echter ook de echtgenote als erfgenaam zijn aangewezen, terwijl dit niet langer het geval was. De notaris heeft gesteld dat de erflater de wettelijke verdeling niet in stand wilde laten. Als dat juist is, is echter onbegrijpelijk waarom de bepaling in het testament uit 2008 inzake de wettelijke verdeling niet is herroepen. Door deze onduidelijkheid te laten bestaan, heeft de notaris onzorgvuldig gehandeld. Daarnaast is niet gesteld of gebleken dat de notaris de gevolgen voor de wettelijke verdeling van het niet langer aanwijzen van de echtgenote als erfgename met erflater heeft besproken. Dat had wel gemoeten, zeker gezien het omvangrijke vermogen van de erflater.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/175f680d80807304b6823140f84d43c274e1161b89454c595eaed863b8ee046d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 175f680d80807304b6823140f84d43c274e1161b89454c595eaed863b8ee046d, en de alinea staat in dat document op bytes 15844 tot 17013.