Citaat | Hoge Raad 22 maart 2019

Onder 3.4.1 Hoge Raad 22 maart 2019

Een alinea uit Hoge Raad 22 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:413.

Onderdeel III heeft betrekking op het oordeel van het hof over de periode tussen 26 juni en 13 juli 2017. Het betoogt onder meer dat volstrekt onbegrijpelijk is dat niet over vrijheidsberoving wordt beslist omdat de rechter met vakantie is. Voorts is volgens het onderdeel onjuist dat de beslistermijn wordt verlengd met vier weken na ontvangst van de ontbrekende wettelijke aantekeningen, omdat een dergelijke regel niet volgt uit de wet, noch uit de rechtspraak met betrekking tot een contra-expertise die op verzoek van een betrokkene wordt uitgevoerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/402d3af4f1e2425397e1ab7040d692b228e6f5729f950aba7620040d01de7f08. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 402d3af4f1e2425397e1ab7040d692b228e6f5729f950aba7620040d01de7f08, en de alinea staat in dat document op bytes 14792 tot 15360.