Citaat | Hoge Raad 22 maart 2019
Onder 3.4.2 Hoge Raad 22 maart 2019
Een alinea uit Hoge Raad 22 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:413.
Anders dan het onderdeel tot uitgangspunt neemt, kan niet uit rov. 5.6 worden opgemaakt dat het hof ervan is uitgegaan dat de beslistermijn is verlengd met vier weken na ontvangst van de aanvullende gegevens. Het hof heeft die termijn genoemd in de context van zijn oordeel dat de rechtbank haar beslissing in de gegeven omstandigheden voldoende spoedig (in de zin van artikel 5 lid 4 EVRM) heeft gegeven. In zoverre kan het onderdeel bij gebrek aan feitelijke grondslag niet tot cassatie leiden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/402d3af4f1e2425397e1ab7040d692b228e6f5729f950aba7620040d01de7f08. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 402d3af4f1e2425397e1ab7040d692b228e6f5729f950aba7620040d01de7f08, en de alinea staat in dat document op bytes 15474 tot 15984.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/402d3af4f1e2425397e1ab7040d692b228e6f5729f950aba7620040d01de7f08 | shasum -a 256