Citaat | Hoge Raad 22 maart 2019
Onder 3.5.2 Hoge Raad 22 maart 2019
Een alinea uit Hoge Raad 22 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:413.
De klacht is op zichzelf terecht voorgesteld. Ingevolge art. 279 lid 4 Rv wordt van het ter mondelinge behandeling verhandelde en van de zakelijke inhoud van de afgelegde verklaringen een proces-verbaal opgemaakt. Art. 290 lid 2 Rv bepaalt dat de griffier zo spoedig mogelijk een afschrift van processen-verbaal verstrekt aan de verzoeker en aan de in de procedure verschenen belanghebbenden. Deze voorschriften strekken onder meer ertoe dat de verzoeker of een belanghebbende de inhoud van een proces-verbaal kan betrekken bij zijn beslissing of en, zo ja, op welke gronden hij een rechtsmiddel zal instellen. Dit brengt mee dat het verstrekken van een afschrift van een proces-verbaal niet afhankelijk mag worden gesteld van het al dan niet zijn ingesteld van een rechtsmiddel. Aan een verzoek tot afgifte van een proces-verbaal door een advocaat die verklaart daaraan behoefte te hebben omdat wordt overwogen een rechtsmiddel tegen de beslissing in te stellen, dient dan ook onverwijld te worden voldaan. (HR 20 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3336)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/402d3af4f1e2425397e1ab7040d692b228e6f5729f950aba7620040d01de7f08. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 402d3af4f1e2425397e1ab7040d692b228e6f5729f950aba7620040d01de7f08, en de alinea staat in dat document op bytes 16857 tot 17921.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/402d3af4f1e2425397e1ab7040d692b228e6f5729f950aba7620040d01de7f08 | shasum -a 256