Citaat | Hoge Raad 2 april 2019

Onder 2.2.1. Hoge Raad 2 april 2019

Een alinea uit Hoge Raad 2 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:441.

"hij op 6 juni 2014 te Den Haag tijdens een openbaar verhoor als getuige onder ede voor een commissie als bedoeld in artikel 1 onder b jo artikel 2 lid 2 van de Wet op de Parlementaire Enquête 2008, zijnde een geval waarin een wettelijk voorschrift een verklaring onder ede vordert en daaraan rechtsgevolgen verbindt, mondeling, persoonlijk, opzettelijk de navolgende, geheel of ten dele, valse verklaringen - zakelijk weergegeven - onder ede heeft afgelegd, te weten: op een vraag van [betrokkene 4] tijdens het verhoor van de parlementaire enquêtecommissie Woningcorporaties: "Hebt u ooit geld of gunsten aangenomen voor eigen voordeel?" geantwoord: "Nooit." en op een vraag en/of opmerking van [betrokkene 5] tijdens het verhoor van de parlementaire enquêtecommissie Woningcorporaties: "Mijn laatste vraag. [betrokkene 4] vroeg of u ooit geld, gunsten of steekpenningen hebt aangenomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8258724cd577073d72900d359b2c00d19ec47945e97c5c1369fe98d1f9387cdb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8258724cd577073d72900d359b2c00d19ec47945e97c5c1369fe98d1f9387cdb, en de alinea staat in dat document op bytes 9761 tot 10666.