Citaat | Hoge Raad 2 april 2019
Onder 2.4. Hoge Raad 2 april 2019
Een alinea uit Hoge Raad 2 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:441.
In de WPE is niet voorzien in een verschoningsrecht voor een getuige die zich door de beantwoording van een vraag ten overstaan van een parlementaire enquêtecommissie blootstelt aan een strafrechtelijke vervolging. In art. 30 en 32 WPE is echter bepaald dat verklaringen die zijn afgelegd op vordering van de parlementaire enquêtecommissie, niet als bewijs worden gebruikt in onder meer een strafrechtelijke procedure, een en ander behoudens onder meer gevallen van meineed. Voorts houdt art. 31 WPE in dat, behoudens schriftelijke toestemming en behoudens onder meer gevallen van meineed, geen informatie wordt verstrekt aan andere personen of organen ten behoeve van onder meer een strafrechtelijke procedure.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8258724cd577073d72900d359b2c00d19ec47945e97c5c1369fe98d1f9387cdb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8258724cd577073d72900d359b2c00d19ec47945e97c5c1369fe98d1f9387cdb, en de alinea staat in dat document op bytes 37849 tot 38576.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8258724cd577073d72900d359b2c00d19ec47945e97c5c1369fe98d1f9387cdb | shasum -a 256