Citaat | Hoge Raad 29 maart 2019

Onder 4.2.1 Hoge Raad 29 maart 2019

Een alinea uit Hoge Raad 29 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:443.

Onderdeel 3.1.2 klaagt over het oordeel van het hof (in rov. 3.13) dat ten aanzien van de vorderingen tegen [verweerder 2] geen rechtsmacht kan worden aangenomen op grond van art. 7 lid 1 Rv, waartoe het hof redengevend heeft geacht dat onvoldoende is gesteld om aan te nemen dat sprake is van de vereiste samenhang tussen de vorderingen tegen [verweerder 2] en de vorderingen tegen de Nederlandse gedaagden. Volgens het onderdeel heeft het hof miskend dat de vorderingen tegen [verweerder 2] samenhangen met de vorderingen tegen [verweerder 1] , zodat de omstandigheid dat het hof rechtsmacht heeft aangenomen ten aanzien van de vorderingen tegen [verweerder 1] , meebrengt dat de Nederlandse rechter op grond van art. 7 lid 1 Rv ook rechtsmacht heeft ten aanzien van de vorderingen tegen [verweerder 2] .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2b73656ede0a2bb55b80bb371802c8125698c50657cf3d6b849bf574855b6df0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2b73656ede0a2bb55b80bb371802c8125698c50657cf3d6b849bf574855b6df0, en de alinea staat in dat document op bytes 23519 tot 24338.