Citaat | Hoge Raad 29 maart 2019

Onder 3.3.1 Hoge Raad 29 maart 2019

Een alinea uit Hoge Raad 29 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:467.

Daarnaast wijst het onderdeel op het door de rechtbank onbestreden als vaststaand aangenomen feit dat [betrokkene 2] de e-mail van 17 maart 2014 “namens” [verweerster] aan de Stichting heeft geschreven en dat [betrokkene 2] in die e- mail vraagt om facturen voor “mijn bedrijf” en schrijft dat de bedragen waarvoor de facturen moeten worden afgegeven door “mijn bedrijf” zijn voldaan. Volgens het onderdeel had het hof ook dit vaststaande feit in zijn beoordeling moeten betrekken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dace120e84d82bedabf94d3e4d9a18d6083560fda37fcd9216cf26eb1868e167. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dace120e84d82bedabf94d3e4d9a18d6083560fda37fcd9216cf26eb1868e167, en de alinea staat in dat document op bytes 19471 tot 19978.