Citaat | Hoge Raad 2 april 2019

Onder 3.2.1. Hoge Raad 2 april 2019

Een alinea uit Hoge Raad 2 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:474.

immers hebben verdachte en zijn mededader daarvan een gewoonte gemaakt door toen en daar (telkens) geldbedragen te ontvangen (van [betrokkene 1] en/of [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3] ) en te vervoeren (naar een woning gelegen aan het [a-straat 1] te [woonplaats]) en voornoemde geldbedragen (in voornoemde woning) te bewaren".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c2ce5e65f5a97885b2d5a6a4ce7d72270732906666c39c6ed1c251b226191cad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c2ce5e65f5a97885b2d5a6a4ce7d72270732906666c39c6ed1c251b226191cad, en de alinea staat in dat document op bytes 8784 tot 9127.