Citaat | Hoge Raad 5 april 2019

Onder 3 Hoge Raad 5 april 2019

Een alinea uit Hoge Raad 5 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:482.

3.1.3. De Inspecteur heeft met dagtekening 16 november 2016 op grond van artikel 34, lid 1, van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 (hierna: de Wet) aan belanghebbende een naheffingsaanslag in de motorrijtuigenbelasting (hierna: mrb) ten bedrage van € 3.553 opgelegd. De berekening van het nageheven belastingbedrag heeft de Inspecteur gebaseerd op hetgeen daarover in artikel 34, lid 2, tweede volzin, in samenhang gelezen met artikel 7, lid 3, en artikel 13, lid 2, van de Wet is bepaald, met dien verstande dat hij in dit geval enkel de tijdvakken die zijn gelegen in de periode 11 juli 2013 tot en met 24 mei 2016 in aanmerking heeft genomen. Tegelijkertijd heeft de Inspecteur aan belanghebbende op de voet van artikel 37 van de Wet, in samenhang gelezen met artikel 67c van de AWR, een verzuimboete van € 3.553 opgelegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ab7ee0e75ee9ecb11bf844596489a4ca4ab72c2e8e31ec24164dad6eca13bc7a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ab7ee0e75ee9ecb11bf844596489a4ca4ab72c2e8e31ec24164dad6eca13bc7a, en de alinea staat in dat document op bytes 7858 tot 8707.