Citaat | Hoge Raad 5 april 2019

Onder 7 Hoge Raad 5 april 2019

Een alinea uit Hoge Raad 5 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:482.

3) Indien motorrijtuigenbelasting met toepassing van artikel 34, lid 1, van de Wet wordt nageheven van degene die een in het buitenland geregistreerd motorrijtuig in Nederland feitelijk ter beschikking heeft in de zin van artikel 7, lid 1, letter c, van de Wet, heeft de belanghebbende de mogelijkheid het bewijs te leveren dat het motorrijtuig een of meer tussenliggende tijdvakken van de met toepassing van artikel 34, lid 2, van de Wet voorgeschreven tijdsduur niet in Nederland ter beschikking heeft gestaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ab7ee0e75ee9ecb11bf844596489a4ca4ab72c2e8e31ec24164dad6eca13bc7a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ab7ee0e75ee9ecb11bf844596489a4ca4ab72c2e8e31ec24164dad6eca13bc7a, en de alinea staat in dat document op bytes 14059 tot 14584.