Citaat | Hoge Raad 15 januari 2019
Onder 3.2.2. Hoge Raad 15 januari 2019
Een alinea uit Hoge Raad 15 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:49.
De verdenking jegens de verdachte wordt gebaseerd op elf tapgesprekken, twee OVC-gesprekken en enkele sms-berichten. De verdachte betwist niet dat hij de gebruiker was van de telefoonnummers [telefoonnummer 1] en [telefoonnummer 2] , zodat de daarmee gevoerde telefoongesprekken en de sms-berichten aan hem kunnen worden toegeschreven. Ook betwist hij de door het observatieteam waargenomen ontmoeting met [betrokkene 1] op 28 mei 2012 om 10.08 uur niet. De verdachte ontkent echter te horen te zijn in het zogenoemde broekzakgesprek, de OVC-gesprekken en de gesprekken gevoerd met een ander telefoonnummer. Naar de mening van de verdediging kan ook niet vastgesteld worden dat het de verdachte is geweest die in deze gesprekken te horen is. (...) Voor de inhoud van die gesprekken en ontmoetingen heeft de verdachte immers een voldoende aannemelijke alternatieve verklaring gegeven: deze gesprekken en ontmoetingen hadden te maken met de verkoop van straatloten en entreekaarten voor evenementen. De verdachte dient dan ook van het primair en subsidiair tenlastegelegde te worden vrijgesproken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9a3f85b6306a4dcc60b754866df211dd61c5e102558cc2908f0e0d1bd02c0109. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9a3f85b6306a4dcc60b754866df211dd61c5e102558cc2908f0e0d1bd02c0109, en de alinea staat in dat document op bytes 8254 tot 9362.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9a3f85b6306a4dcc60b754866df211dd61c5e102558cc2908f0e0d1bd02c0109 | shasum -a 256